In Nederland is de kans dat een woning op korte termijn vrijkomt sterk afhankelijk van de leeftijd van de bewoners, hun financiële situatie, de eigendomsvorm, en hoe lang ze er al wonen. Uit nieuw onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat woningen met bewoners tussen de 45 en 80 jaar minder vaak beschikbaar komen dan gemiddeld. Dit heeft aanzienlijke gevolgen voor de doorstroming op de woningmarkt.
Leeftijd van Bewoners Bepaalt Vrijkomkans
De leeftijd van de bewoners is de meest bepalende factor voor het vrijkomen van een woning. Uit het onderzoek over 2021-2022 blijkt dat woningen met jongere bewoners (tot 40 jaar) en ouderen (80 jaar en ouder) het vaakst vrijkomen. Bij bewoners tussen de 45 en 80 jaar is de vrijkomkans aanzienlijk lager, wat de beschikbaarheid van gezinswoningen beperkt. Gemiddeld kwam 11% van de woningen in Nederland in deze periode vrij, maar dat percentage is veel lager in huishoudens met 45-plussers.
Voor jongere bewoners (tot 35 jaar) is de kans groter dat een woning vrijkomt als ze in een meergezinswoning wonen. Bij ouderen (65 jaar en ouder) speelt het type woning echter nauwelijks een rol. Voor hen is de gezondheidssituatie een veel belangrijkere factor voor een verhuizing.
Invloed van Financiële Positie en Woningtype
Ook de financiële situatie van bewoners beïnvloedt de vrijkomkans. Huishoudens in de laagste inkomensgroep of met weinig vermogen (onderste 5%) verhuizen vaker, vaak omdat ze economisch kwetsbaar zijn of behoefte hebben aan goedkopere woonopties. Voor jongere bewoners speelt economische zelfstandigheid een grotere rol: woningen met economisch zelfstandige bewoners (inkomen op minimaal bijstandsniveau) komen vaker vrij.
Daarnaast is de kans groter dat goedkope woningen met een WOZ-waarde onder 150.000 euro vrijkomen dan duurdere woningen. Dit onderstreept de beperkte beschikbaarheid van betaalbare koop- en huurwoningen voor starters.
Woonduur Beïnvloedt Beschikbaarheid
De tijd die bewoners in een woning hebben doorgebracht, speelt ook een belangrijke rol. Bij kort verblijf (tot twee jaar) is de kans groter dat een woning vrijkomt, omdat bewoners vaak nog in een transitiefase zitten. Na twintig jaar of langer neemt deze kans echter sterk af. Dit effect is al zichtbaar na dertien jaar bij jongere bewoners, omdat zij eerder geneigd zijn langdurig op één plek te blijven wonen. Bij ouderen speelt langdurig verblijf eveneens een grote rol: een woning met een oudere bewoner komt vaak pas vrij bij gezondheidsproblemen of overlijden.
Gevolgen voor Inwoners en de Woningmarkt
De beperkte beschikbaarheid van woningen met 45- tot 80-jarige bewoners belemmert de doorstroming op de woningmarkt. Starters en jonge gezinnen ervaren hierdoor meer concurrentie bij het vinden van betaalbare woonruimte. Vooral de lage vrijkomkans van koopwoningen (7%) in vergelijking met huurwoningen met (12%) of zonder huurtoeslag (17%) beperkt de opties voor potentiële kopers.
Daarnaast benadrukt de focus op gezondheid bij ouderen het belang van geschikte woonopties, zoals seniorenwoningen. Deze woningen kunnen niet alleen bijdragen aan een betere levenskwaliteit voor ouderen, maar ook gezinswoningen vrijmaken voor jongere generaties.
Het onderzoek toont aan dat de leeftijd en financiële positie van bewoners grote invloed hebben op de beschikbaarheid van woningen. Voor een betere doorstroming zijn beleidsmaatregelen nodig, zoals het stimuleren van verhuizen bij ouderen naar kleinere of aangepaste woningen, en het vergroten van het aanbod van betaalbare starterswoningen. Door deze uitdagingen aan te pakken, kan de woningmarkt beter aansluiten bij de behoeften van de Nederlandse bevolking.
Bronnen:
- CBS – Onderzoek naar verhuisgedrag in Nederland (2021-2022)
- Nieuwsbericht CBS: “Woningen met 45-plussers komen minst vaak vrij” (27-11-2024)
- Rapport “Omstandigheden waarbij woningen vrijkomen” (CBS, 2024)






0 Comments