Het gaat slecht met insecten, en dat alarmerende nieuws wordt keer op keer bevestigd door wetenschappelijke studies. Insecten zijn cruciaal voor ecosystemen: ze bestuiven planten, vormen voedsel voor andere dieren en zorgen voor gezonde bodems. Toch neemt hun aantal wereldwijd snel af. Nieuw onderzoek van de Binghamton University laat zien dat er niet één schuldige is, maar honderden factoren die samen zorgen voor deze insectencrisis.
500+ oorzaken, duizenden verbanden
In het onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift BioScience, analyseerden wetenschappers meer dan 1.800 overzichtsstudies. Hieruit destilleerden ze ruim 500 afzonderlijke oorzaken voor insectenachteruitgang. Vaak hangen die oorzaken sterk met elkaar samen. Hoofdonderzoeker Christopher Halsch legt uit: “We bouwden een netwerk van oorzaak-gevolg-relaties. Zo kan landbouw leiden tot pesticidengebruik en vervuiling, wat op zijn beurt insectensterfte veroorzaakt.”
Hoewel landbouw wereldwijd als grootste boosdoener wordt gezien, laat het onderzoek zien dat het probleem veel breder is. Klimaatverandering, verstedelijking, lichtvervuiling, stikstofuitstoot, infrastructuur, en zelfs ogenschijnlijk onschuldige hobby’s zoals bijen houden kunnen allemaal bijdragen aan het verdwijnen van insectensoorten.
Te veel focus op ‘mooie’ insecten
Een opvallende conclusie is dat veel wetenschappelijk onderzoek zich richt op zogenoemde ‘charismatische insecten’, zoals bijen en vlinders. Die krijgen de meeste aandacht, zowel in media als in onderzoeksgeld. Maar ze vertegenwoordigen slechts een klein deel van de insectenwereld. Veel andere soorten blijven onderbelicht, terwijl ook zij belangrijk zijn voor het ecosysteem.
Onderzoeker Eliza Grames noemt dit een vicieuze cirkel: “Doordat we meer weten over bijen en vlinders, worden ze vaker onderzocht. Daardoor komt er nóg meer data over juist die soorten, en blijven andere insecten achter.” Dit beperkt het zicht op de werkelijke breedte van het probleem.
Situatie in Nederland: vlinders massaal verdwenen
Ook in Nederland zijn de cijfers zorgwekkend. Volgens CBS en De Vlinderstichting zijn dagvlinderpopulaties sinds 1992 met gemiddeld 56 procent afgenomen. In 2024 bereikten ze het laagste niveau sinds het begin van de tellingen. Vooral algemeen voorkomende soorten, zoals het icarusblauwtje en het groot koolwitje, worden steeds minder waargenomen. Negen van de 54 onderzochte soorten bereikten vorig jaar hun laagste aantallen ooit.
De situatie is het schrijnendst bij graslandvlinders, zoals de argusvlinder en het bruin zandoogje. Sinds 1992 zijn hun aantallen met bijna 70 procent gedaald. De argusvlinder is zelfs met 98 procent afgenomen. Deze soorten zijn belangrijke graadmeters voor de gezondheid van natuurgebieden zoals bloemrijke graslanden en heide.
Oorzaken achter de vlindercrisis
Net als wereldwijd is ook in Nederland sprake van een combinatie van oorzaken. De grootste factor is het verdwijnen en versnipperen van leefgebieden door landbouw en verstedelijking. Daarnaast maken stikstofneerslag, verdroging en het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen veel gebieden minder geschikt voor vlinders. Klimaatverandering zorgt voor extra druk, met extremere weersomstandigheden die vooral kwetsbare soorten raken.
Een breder perspectief nodig
De onderzoekers benadrukken dat er niet één simpele oplossing is. Wie alleen inzet op het beschermen van bijen of vlinders mist het grotere geheel. Insectenbescherming vraagt om een systeemgerichte aanpak, waarin ook minder bekende soorten en minder voor de hand liggende oorzaken worden meegenomen.
Wat nodig is, is een breed gedragen bewustzijn: insecten zijn onmisbaar voor de biodiversiteit én voor ons als mens. Het verlies van insecten betekent ook minder bestuiving, minder voedsel en uiteindelijk een verstoring van complete ecosystemen. Alleen door het volledige netwerk van oorzaken aan te pakken, kunnen we het tij nog keren.
Bronnen:
- Binghamton University / BioScience, 22 april 2025
- CBS & De Vlinderstichting – Vlindertellingen 1992-2024
- Compendium voor de Leefomgeving
- Van Strien et al. (2023), Nature Communications
- Warren et al. (2021), Biological Conservation
- Van Deynze et al. (2022), PNAS






0 Comments