In het maatschappelijke en politieke debat over de gezondheidszorg draait het vaak om één kernvraag: wat kost het medisch personeel? Gezien de omvang van de zorgbegroting is die bezorgdheid begrijpelijk. Toch schiet een discussie die uitsluitend focust op kostenbeheersing tekort. De wezenlijke vraag voor de gehele keten—medisch specialisten, ziekenhuisbesturen, uitvoeringsorgaan AZV en de overheid—is hoeveel waarde zorgprofessionals daadwerkelijk creëren. Is de huidige waarderingsmethodiek nog wel toereikend voor de zorg van 2026?
De discussie over tarieven en beloningen is op Aruba niet nieuw. In 2014 liet AZV een diepgaand onderzoek uitvoeren naar de praktijkkosten van medisch specialisten, dat eind 2015 werd vastgesteld. Het doel was om tot individuele tariefaanpassingen te komen, temeer omdat veel tarieven al sinds 2005 ongewijzigd waren na een eerdere neerwaartse herijking. Met een jaarlijks budget van circa 440 miljoen florin aan medische kosten—gefinancierd via premies en de BAZV—draagt AZV een zware verantwoordelijkheid. Maar publiek geld beheren vereist meer dan simpelweg uitgaven controleren: het vraagt om een meetlat die waarde inzichtelijk maakt.
Van kostenbeheersing naar waardecreatie
Een eigentijds waarderingsmodel kijkt verder dan louter declaraties en productiecijfers. Het combineert reële praktijkkosten (huisvesting, personeel, geavanceerde apparatuur en verzekeringen) met de internationale arbeidsmarktwaarde en schaarste per specialisme. Daarnaast is niet elke medische verrichting gelijk: tien routinematige consulten vertegenwoordigen een andere waarde dan drie hoogcomplexe chirurgische ingrepen.
Bovenal moet waarde worden afgemeten aan medische resultaten, zoals lage complicatierisico’s, patiënttevredenheid en vermeden vervolgzorg. Voor een eilandcontext is dit cruciaal: een succesvolle specialistische ingreep op Aruba voorkomt kostbare medische uitzendingen naar het buitenland, inclusief reis-, verblijfs- en overzeese behandelkosten.
AZV zette eerder al stappen in deze richting. Vanaf 2019 werd gewerkt aan een vernieuwde samenwerkingsovereenkomst met vrijgevestigde specialisten, waarin kwaliteitsindicatoren expliciet werden gekoppeld aan de beloningsstructuur. Deze benadering sluit aan bij internationale trends. Volgens de OESO verdienen medisch specialisten gemiddeld 40 procent meer dan huisartsen, waarbij vakgebieden als radiologie en anesthesiologie aan de top staan. De OESO benadrukt echter dat platte salarisvergelijkingen tussen landen mank gaan door structurele verschillen in contractvormen, praktijkkosten en werkuren. Een simpele vergelijking tussen Arubaanse en Nederlandse inkomens volstaat dus niet.
Tijd voor een objectieve herijking
Zorgprofessionals verdienen erkenning en een marktconforme beloning die recht doet aan hun jarenlange opleiding en verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd heeft AZV een objectief, transparant instrumentarium nodig om tarieven te verantwoorden naar de premiebetaler.
Een nieuw, onafhankelijk waarderingsonderzoek biedt uitkomst. Door actuele praktijkkosten, internationale benchmarks, medische complexiteit, behandeluitkomsten en vermeden uitzendingen integraal mee te wegen, ontstaat een evenwichtig beeld. Een dergelijke herijking leidt niet per definitie tot algemene tariefsverhogingen; het kan evengoed betekenen dat bepaalde tarieven worden verlaagd, terwijl schaarse disciplines of aantoonbare kwaliteitsverbeteringen juist beter worden gehonoreerd.
Wanneer een samenleving honderden miljoenen investeert in haar zorgstelsel, moet helder zijn wat die investering maatschappelijk en medisch oplevert. De centrale beleidsvraag luidt daarom niet of medisch specialisten te duur zijn, maar of de gehanteerde meetlat in 2026 nog wel de juiste waarde meet.






0 Comments