Inwoners van Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn Nederlandse staatsburgers. Toch mogen zij niet stemmen voor de Tweede Kamer, en hebben zij ook geen directe stem in de Eerste Kamer. Dit democratisch gat bestaat al sinds de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1954 – en hoewel er af en toe over gesproken wordt, is er tot op heden niets fundamenteels veranderd.
De situatie is wrang. Vanuit Den Haag worden wetten aangenomen die óók voor het Caribisch deel van het Koninkrijk gevolgen hebben. Denk aan wetgeving over het koninkrijksbeleid, justitie, defensie of buitenlandse zaken. Maar de mensen op Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben daar geen directe invloed op, anders dan via hun minister-president en een gevolmachtigde minister in de Rijksministerraad – zonder stemrecht.
Het contrast met de inwoners van de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) is opvallend. Sinds 2019 mogen zij via kiescolleges stemmen voor de Eerste Kamer. Daarmee is er daar tenminste enige vorm van invloed. Maar ook zij hebben geen stemrecht voor de Tweede Kamer. Terwijl het parlement in Den Haag dus besluiten neemt die voor miljoenen Nederlanders gelden, zijn honderdduizenden daarvan uitgesloten van directe inspraak.
Waarom is er nog steeds geen vertegenwoordiging van de Caribische landen in de Nederlandse politiek? Volgens juristen en staatsrechtexperts hoeft dat geen ingewikkelde zaak te zijn. Het aanpassen van de Kieswet zou al voldoende zijn om inwoners van de Caribische landen stemrecht te geven voor de Tweede Kamer. Er is geen grondwetswijziging of herziening van het Statuut nodig. Alleen politieke wil.
De Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, benadrukte eerder dat deze ongelijke situatie op termijn schadelijk is voor de onderlinge verhoudingen. Gelijke rechten zijn een kernwaarde van het Koninkrijk. Als inwoners van de ene helft van het Koninkrijk wél mogen stemmen, en de andere helft niet, dan komt die gelijkwaardigheid ernstig onder druk te staan.
Het idee van Caribische Kamerzetels is niet nieuw. Er is al vaker voorgesteld om bijvoorbeeld drie zetels te reserveren in de Tweede Kamer voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Die zouden dan kunnen worden ingevuld via lokale verkiezingen. Zo krijgen de eilanden een directe stem in Den Haag, zonder dat ze volledig moeten worden geïntegreerd in het Nederlandse kiesstelsel.
Tegenstanders wijzen op de autonome status van de Caribische landen: ze hebben hun eigen parlement, regering en beleid. Maar dat verandert niets aan het feit dat wetten die in Den Haag worden gemaakt, ook invloed hebben op de eilanden. Denk aan financiële regels, het paspoortbeleid of internationale verdragen. De eilanden hebben dus belang bij inspraak – zónder dat hun autonomie wordt opgegeven.
De tijd lijkt rijp voor een eerlijk debat. Als we willen spreken van een gelijkwaardig Koninkrijk, dan hoort daar ook gelijke politieke vertegenwoordiging bij. Geen symbolische gesprekken, maar concrete stappen naar stemrecht en vertegenwoordiging. Want met een Nederlands paspoort, hoort ook een Nederlandse stem.






0 Comments